Artwork preview

Vers op het overlijden van prinses Anna van Hannover, 1759

anonymous

Rijksmuseum

Artwork details

Date:
1759
Medium:
paper, letterpress printing
Dimensions:
843 × 1357 px
Museum record:
View original
Palette

You May Also Like

Spotvers op de mislukte luchtreis van A. Hopman, 1805
Vers bij de spotprent op Napoleon, 1813
Feestlied 1813-1863
Bericht van de uitgever over de publicatie van de prentreeks: Afbeeldingen van den Schouwburg te Amsterdam, 1774
Die Irren II (The Mad II) (headpiece, page 26) from Georg Heym: Umbra Vitae (Georg Heym: The Shadow of Life)
Uitgeversprospectus aangaande de publicatie van de prenten van de nieuwe schouwburg, 15 september 1774
Allerseelen (All Soul's Day) (headpiece, page 44) from Georg Heym: Umbra Vitae (Georg Heym: The Shadow of Life)
Wagenlied, pagina 5
Feestlied 1813-1863
Die Vögel (The Birds) (headpiece, page 45) from Georg Heym: Umbra Vitae (Georg Heym: The Shadow of Life)
Nacht III (Night III) (headpiece, page 39) from Georg Heym: Umbra Vitae (Georg Heym: The Shadow of Life)
Feestlied 1813-1863
Vers bij de spotprent op Napoleon, 1813
Liegende (Die Irren III) (Reclining Figure [The Mad III]) (headpiece, page 27) from Georg Heym: Umbra Vitae (Georg Heym: The Shadow of Life)
Proclamatie vanwege de prins van Oranje bij zijn intrede in Amsterdam, 2 december 1813
Nederlandstalig gedicht op de Nimfen van de Amstel, pagina 2
Vers op de samenkomst van Christiaan Scriver en Balthasar Bekker
Tekstblad behorende bij het grafmonument voor Ahasverus van den Berg
De beschrijving van de begrafenis van Frederik Hendrik, p. 22
Bericht van de uitgever over de publicatie van de prentreeks: Afbeeldingen van den Schouwburg te Amsterdam, 1774
Verklaring bij de openslaande spotprent op een vrijkorpist van het Vliegend Legertje, 1787
Die Seefahrer (The Seafarer) (headpiece, page 10) from Georg Heym: Umbra Vitae (Georg Heym: The Shadow of Life)
Die Nacht (The Night) (headpiece, page 34) from Georg Heym: Umbra Vitae (Georg Heym: The Shadow of Life)
De beschrijving van de begrafenis van Frederik Hendrik, p. 38