Artwork preview

De fabelen van Esofus

Jan van Lee

Rijksmuseum

Artwork details

Date:
1739 - 1786
Medium:
paper, letterpress printing, colour, houtsnede
Dimensions:
843 × 1153 px
Museum record:
View original
Palette

You May Also Like

De Fabulen van Esofus
Bybelsche Figuuren, des Ouden Testaments
Bybelsche Figuuren, des Ouden Testaments
Wat zegt gy nu van deeze zaaken, ô kindren! zyn zy niet zeer schoon? / Welaan! wilt u 'er meê vermaaken. men spreidt ze voor uw oog ten toon
Hier kinderen leest ge in 't lang en breed, / Al wat Thyl Ulenspiegel deed, / En, wilt gy 't zingen? zin 't dan na: / De aloude wys van Pierlala
Vices et Vertus d'Enfants / Kinder deugden en gebreken
Bijbelsche figuren uyt het Oude Testament
Ezophus leert en beveelt aan alle dieren / Dat yder zal leven in goede manieren
Komt gy kinderen / komt aanschoud / Hier is stof voor jonk en oud
Duyfkens en Willemijnkens leven // Word u kinders hier beschreven
Ambachten en beroepen
Beschouw, o vaderlandsche jeugd! / Der vadren trouw en moed en deugd. / En dat uw teeder hart ontbrand'/ In zucht voor hun en 't vaderland
Bijbelsche figuren van het Oude Testament
Beroepen en figuren
Bybelsche historie prenten van David / Saul Absalom en Salomon
Wilt gij de rarekiek eens zien, / Komt hier dan, oude en jonge liên. / De man is klaar, de pret begint, / In deze rarekiekenprint
Om dat gy zoete jongelingen / Altijd tragt na nieuwe dingen [(...)]
Histoire du chat botté / Geschiedenis van den gelaarsde Kater
Dees spreuken zijn tot uw vermaak / Een yder past op zijne zaak
Ziet hier ô kinderen afgebeeld het volgende, als:
Beroepen en ambachten
Hier is thans veel vreugd te vinden, als gij ziet aan deze vrinden, / In 't onbekend luilekkerland, een ieder heeft het abondant
Hier ziet gij, lieve jeugd! een overschoon tafreel, / Van Genoveva's deugd, en hoe God haar beloonde, / Hoe zij onschuldig leed, en wierd in haar regl hersteld. / Nadat zij zeven jaar een wildernis bewoonde
Zie, jeugd! hoe sterk de mode, om 't zeerst, / In allen stand van menschen heerscht. / Belach ze, zonder te vergrooten, / De zotheid onzer landgenoten