

Zie, jeugd! hoe sterk de mode, om 't zeerst, / In allen stand van menschen heerscht. / Belach ze, zonder te vergrooten, / De zotheid onzer landgenooten
Artwork details
- Date:
- 1806 - 1830
- Medium:
- paper, letterpress printing, colour, houtsnede
- Dimensions:
- 843 × 1012 px
- Museum record:
- View original
You May Also Like

Hier wordt de klederpracht bespot, / Den zot behandlen wy als zot. / Doch in haar buitenspoorigheden: / hy is niet vatbaar voor de reden

Hier wordt de klederpracht bespot, / Den zot behandlen wy als zot. / Doch in haar buitenspoorigheden: / hy is niet vatbaar voor de reden

Zie, jeugd! hoe sterk de mode, om 't zeerst, / In allen stand van menschen heerscht. / Belach ze, zonder te vergrooten, / De zotheid onzer landgenooten

De afbeeldsels, hier in prent vertoond, / Doen zien dat mode in alles woont. / Gy kunt met deeze snaakeryen, / ô jeugd! uw oog en geest verblyen

Zie hier, en lach om 't modesch leven, ô jeugd! ja spot vry met den stoet, / Die, dwaas, zich zelf ten spot wil geeven; Kweek deftigheid in uw gemoed

Zie, jeugd! hoe sterk de mode, om 't zeerst, / In allen stand van menschen heerscht. / Belach ze, zonder te vergrooten, / De zotheid onzer landgenoten

Beschouw vry met oplettende oogen, 't geen ge u ziet voorgeprent, ô jeugd! / En, merkt ge op ieders werkvermogen, Zo vindt gy 't nut 'er van met vreugd

Zo kunt ge u wederom verblyden, ô lieve jeugd! met prent by prent; / Zo leert men u het minder myden, Op dat ge u tot meerder wendt

Volg zedekunde, en haare lessen. / Maar schiet in wulpsche harten bressen. / De mode strookt niet met haar wet; / ô jeugd! op 't onderscheid doch let
![[Tiel uilenspiegel, in zyn leven,] / Heeft zeer veel snaakery bedreeven, / [Die dikwijls iemand lagchen doet;]/ Maar welke men nooit [volgen moet]](/api/image?url=https%3A%2F%2Fiiif.micr.io%2FMKJvd%2Ffull%2F843%2C%2F0%2Fdefault.jpg&w=1536&q=75)
[Tiel uilenspiegel, in zyn leven,] / Heeft zeer veel snaakery bedreeven, / [Die dikwijls iemand lagchen doet;]/ Maar welke men nooit [volgen moet]

Lees, en beschouw, ô jeugd! met een vergnoegd gezigt; / Wat menig kunstenaar en ambachtsman verricht

Volg zedekunde, en haar lessen. / Maar schiet in wulpsche harten bressen. / De mode strookt niet met haar wet; / ô jeugd! op 't onderscheid doch let

Het leven en bedrijf van Hans Slenderhinck / en Westfaelse Geesje

Tot nut en ook tot vreugd, zy u deez prent gegeven, / Laat naarstigheid en deugd, daar van de vrugten weezen

De Jeugd werd hier gesticht, door 't werk in tugtgehouwen, Gelyk men daaglijks ziet, van 't doopen af tot 't Trouwen

Wonderlyke en zeldzaame historie van Thyl Ulenspiegel

Ziet eens wat voor zware slagen / Dees gelovige hebben moete dragen

Kinders wilt gy vrolijk wezen / Wilt dees print met aandagt lezen / Alle deze bezigheden / Wilt u tydt daar in besteden

Bijbelsche figuren uyt het Nieuwe Testament

Niets moet de oplettenheid vermindren, Als ge aan het prentbeschouwen zyt. / Gy leert 'er door, leergraage kindren, Hoe men zyn nut vereent met vlyt

Ziet, kinderen! 't bedryf van Steven van der Klok, / In alles wat hy doet, heeft hy het even drok. / Die Steven was een man, met wiens verscheiden zaken / Gy uwe zinnen kunt, tot tydverdryf vermaken

Kinders hier hebt gy tot u playsier / Van Jan en Lijs op 't ys vol zwier

Bybelsche historien. V

Hier hebt gy jonge liev / het dom Westfaelse Geesje / Die door haarhantwerk schijnt te zijn een leupse beesje