Willem Arondéus
Rijksmuseum
Mijn krank hart vond geen kruid, mijn ziel gestegen
Twee staande menselijke figuren
Voort gaat de nachtelijke karavaan
Die hemels rad, die aardes vesten grondde
Uw schoonheid slaat mij stom: het donker zingen
In donkeren hoek van levens tuin verschrompeld