Willem Arondéus
Rijksmuseum
In donkeren hoek van levens tuin verschrompeld
Twee staande menselijke figuren
Ontwaak o vreemde knaap, het daget al
Die schenker woont in zijn onnaakbare hallen
Nog lokt in elke roos een zoet gezicht
Mijn krank hart vond geen kruid, mijn ziel gestegen