

Zie, Jeugd! hoe zich Urbaan gedraagt / En Izabel haar Lot beklaagt / Maar zie ook hem, die trouw dorst breeken, / Weêr aangenomen op zyn smeeken
Artwork details
- Date:
- 1715 - 1813
- Medium:
- paper, letterpress printing, colour, houtsnede
- Dimensions:
- 843 × 1076 px
- Museum record:
- View original
You May Also Like

Zie, jeugd! hoe zich Urbaan gedraagt / En Izabel haar lot beklaagt. / Maar zie ook hem, die trouw dorst breeken, / Weêr aangenomen op zyn smeeken

Zie, Jeugd! hoe zich Urbaan gedraagt / En Izabel haar Lot beklaagt / Maar zie ook hem, die trouw dorst breeken, / Weêr aangenomen op zyn smeeken

Urbanus en Isabel / Zie hier het leeven van Urbaan, / Wyst deeze prent uw duidlyk aan, / Hy toond aan Isabel berouw, / En leeven t'zaam als man en vrouw
![Hans Beuling treedt hier op 't toneel; / Hy wil geen Tetjeroen meer heeten [(...)]](/api/image?url=https%3A%2F%2Fiiif.micr.io%2FPYMRo%2Ffull%2F843%2C%2F0%2Fdefault.jpg&w=1536&q=75)
Hans Beuling treedt hier op 't toneel; / Hy wil geen Tetjeroen meer heeten [(...)]

Voorziet u deezen tyd, op dat de winterdagen, / Uw by een warme haard, niet al te veel doen klagen, / Maar 't is de groote vraag: schoon dat men slagtmaand teld, / Hebt gy voor vleesch en spek een goede beurs met geld?

Zie hier uit 't nieuwe verbond, hoe Gods apostelscharen, / De leer van Jezus dood aan Jood en Griek verklaren

Ziet, kinderen! 't bedryf van Steven van der Klok, / In alles wat hy doet, heeft hy het even drok. / Die Steven was een man, met wiens verscheiden zaken / Gy uwe zinnen kunt, tot tydverdryf vermaken

Spotprent op de Actiehandel, 1720

Dit is 't gezelschap na de zwier: / Men zingt, men pronkt, men maakt groote cier

Wonderlyke en zeldzaame historie van Thyl Ulenspiegel

Let, jongens! op deez' prent, zo ze u behaagt, en ziet / Daarin, wat in den kryg te land en zee geschiedt

Hier hebt gy, kindren! een nieuw bericht, van 't leven / Van uwen ouden vriend, d'alom vermaarden Steven (bygenaamd Van der Klok)

Siet Steven van der Klok / Met al zijn groote sasen / Waer mee hy was versien / en volop mee beladen

Elk doet wat hy verkiest in 't voegen van zyn smaak, / De een' oefent zich in 't werk, en de ander' in vermaak

Let, jongens! op deez' prent, zo ze u behaagt, en ziet / Daarin, wat in den kryg te land en zee geschiedt

Mejufvrouw Carolien, wat trotsch en spytig in haar aart, / Ziet zig met schoorsteenveger Jan, op 't einde hier gepaard

Voorziet u dezen tyd, opdat de winterdagen, / U by den warmen haard niet al te veel doen klagen. / Maar 't is de groote vraag, schoon dat men slagtmaand telt, / Hebt gy voor vleesch en spek een goede beurs met geld?

Der boeren en der herdren leven, / En wat hun veld en akker geven, / 't vermaak, de winst door 't nutte vee, / Deelt u, ô jeugd! dit prentstel meê

Beschouw dit kinderspel tot uw vermaak, ô jeugd! / Doch houd vooral in 't oog de schoone blanke deugd

Komt, kindertjes! komt hier, wilt doctor Steven kyken, / Met zyn knecht Sprint in 't Veld, gy zag nooit zyns gelyken

Ziet Jan de Wasscher, of Jan Hen, altoos mispreezen, / Daar hy Griet Helleveeg de haan van 't huis laat weezen. / Ziet van hun trouwen af, al hun verkeerd bedryf. / Geen vryer volg'dien man, geen vryster volg' dat wyf

Wie wil kermis met mij houden, / 't vrolijk wezen staat thans vrij: / Mits men, wegens pligtbetrachting, / Zulks volkomen noodig zij

Zie hier uit 't nieuwe verbond, hoe Gods apostelscharen, / De leer van Jezus dood aan Jood en Griek verklaren

Komt, kindertjes! komt hier, wilt doctor Steven kyken, / Met zyn knecht Sprint in 't Veld, gy zag nooit zyns gelyken