

Artwork details
- Date:
- 1767 - 1793
- Medium:
- paper, letterpress printing, colour, houtsnede
- Dimensions:
- 843 × 1078 px
- Museum record:
- View original
You May Also Like

Twintig spreekwoorden

Het toneel van alderhande postuuren

Het leven en snoot bedrijf, gevangenis en dood, van Cartousie tot Parijs

Het leven en snoot bedrijf, gevangenis en dood, van Cartousie tot Parijs

Masiton met al zijn gekken / Kunnen tot vreugd verwekken

Romeinse goden en godinnen

Niet steeds brengt rijkdom of het geld den mensch geluk en voorspoed aan, / Zoo als g'uit de geschiedenis van Hans van Poolen na kunt gaan

De jongens vermaekelyke tydkortinge

Wilt hier, ô jeugd! met lust begluuren, Een reeks van fraaije dwerg-postuuren, / Van veelerlei beroep en staat, Het strekke uw leerzucht bly ten baat

Ziet hier, ô kindren weêr iets raars: Een gantschen stoet van bedelaars, / Veele uit gebrek, veele arm in schyn, dan, god help ze allen die het zyn

Verschillende ambachten, en bedrijven

Kindren! deeze rommelzoô zal uw prent-schat weêr vermeéren / En, zo gy haar wèl betracht, zult ge 'er nog al iet uit leeren

Beschouwt hier zoete jonge jeugd, dees herders en herderinnen met vreugd

Urbanus en Isabel / Zie hier het leeven van Urbaan, / Wyst deeze prent uw duidlyk aan, / Hy toond aan Isabel berouw, / En leeven t'zaam als man en vrouw

Ziet hier, tot uw vermaak, wat men u komt vertoonen, / In 't doolhoof te Amsterdam, en zo gy 't by wilt woonen, / ô kindren! daar gy zit te kyken met gemak, / Steek deeze prent daar toe vooräf dan in uw zak

Bijbelsche figuren uyt het Nieuwe Testament

Figuren en beroepen

Het geestigh leeven van Jan Knol / Wiens geest al weeltijts was op hol

Veelerhande slag van zaaken, / En een reeks van raare snaaken, / Ziet ge, ô kindren! weder hier, / In deez' prenten op 't papier

Kind'ren weest tog niet bevreest / als gy deese helden leest

Verschillende figuren

Het nieuwe vermaakelyk luy-lekker-land

Masiton met al zijn gekken / Kunnen tot vreugd verwekken

Mejufvrouw Carolien, wat trotsch en spytig in haar aart, / Ziet zig met schoorsteenveger Jan, op 't einde hier gepaard